Voorwoord


Naarmate ik de x-liedjes vaker hoor en meezing, ontstaat er gaandeweg een antwoord op het
onbekende. Op onverwachte momenten komen flarden van teksten terug en al neuriënd ervaar ik dat het een het ander gaat insluiten. Het bekende en het onbekende raken elkaar. Ik word er lichter van. Daar ligt de kracht van wat Henk Harmsen doet met woord en muziek. Hij maakt het leven mee en hij leest de bijbel. Hij herkent en spreekt uit hoe in het dagelijks bestaan de tegenstellingen op elkaar zijn betrokken: niet zien en zien, donker en licht, de nacht en de morgen, dood en opstanding. Er ontstaat dan de wonderlijke ervaring dat jij het licht niet maakt, maar dat het in je gaat dagen. In die zin zijn de x-liedjes lichte muziek.

Tjeu van Knippenberg


Tjeu (4)




Enkele gedachten vooraf

De liedjes voor de onbekende beginnen bij het zoeken naar waarheid en eindigt met het vinden van de juiste vragen. De liedjes gaan over jou en mij en over de/het onbekende.

Het hele project kende vanaf het eerste liedje enige strakke zelf opgelegde randvoorwaarden: zo komen de woorden God, Jezus, Heilige Geest, Kerk, Zonde, Verlossing, Schuld en Boete er niet in voor.
Zoals voor alle strakke randvoorwaarden geldt, moet je die niet altijd te serieus nemen. Het Hebreeuwse woord voor de naam van God ‘àdonaj’ (
hwhy -JHWH- in het Nederlands vaak vertaald met HEER) heeft zich in een liedje genesteld, bijna onzichtbaar en, naar mijn mening, niet-storend.

Een andere randvoorwaarde was dat er geen sprake kon zijn van overgave aan een macht anders dan wijzelf. Toch is er wel degelijk een overgave aan ‘jou’, jij die op gelijk niveau staat met mij. Veel liedjes lijken daardoor misschien ‘gewone’ liefdesliedjes. Soms speur je de vertrouwdheid van een moeder - kind relatie.
Dat is niet erg. Voor mij is dat de manier om handen en voeten te geven aan de onbekende. De ander krijgt een gezicht omdat
wij ‘jij en ik’ zeggen.
Dat is het mysterie in zijn breekbare naaktheid.

De bundel X is opgedeeld in drie aparte bundeltjes die op hun beurt weer geordend zijn aan de hand van de 27 hebreeuwse letters (22 echte en 5 slotletters).
Direct vanaf X1, worden de theologische banden doorgeknipt en kan het zingen echt beginnen. De ‘jij’ leeft,
zij (zeg ik met opzet) raakt mij aan en wekt mij tot leven. De onbekende is definitief geland in ons leven.

Voor wie zijn de liederen eigenlijk bedoeld? In de eerste plaats voor mezelf.
Het is mijn manier geweest om mijn leven vorm te geven over een periode van 12,5 jaar. Het is een schitterende zoektocht geworden en de
echte vragen die ik vond houden me nu nog steeds bezig.
Al schrijvende het project besefte ik dat de liederen ook voor anderen zijn bedoeld, voor iedereen die (soms) zijn/haar overtuiging los kan laten (ook de grond waarop zij/hij staat) en durft onder te gaan in de rijkdom van het leven.

De liedjes zijn ontstaan in een vrijzinnige gemeenschap. Voor mij is het echter duidelijk dat de liedjes ook op andere plaatsen tot hun recht zullen komen. Een ‘bevindelijk’ iemand zal zijn gevoel zeker kwijt kunnen in deze liedjes. De vraag is of je zou moeten proberen om een doelpubliek te definiëren. Janna Froukje Postma schrijft in haar ontroerende levensverhaal als kind van ‘foute’ ouders over haar jeugd in een Doopsgezinde omgeving (
http://www.hetopenarchief.nl/page/1432/nl):

Bij de Nederlandse Doopsgezinden had je alles: vrijzinnig, recht in de leer en bevindelijk. Vrijzinnig bevindelijk bestond ook. “Spiritueel” zouden we dat nu noemen.

Er zullen tijdens het zingen bij u misschien vragen ontstaan over de teksten. Eén vraag voorzie ik nu reeds, omdat veel mensen mij deze vraag al gesteld hebben. Het antwoord daarop moge tevens als antwoord dienen voor alle andere vragen die ooit bij u opkomen als u de x-liedjes zingt.
Misschien vraagt u zich af waarom het woordje
ademloos diverse malen opduikt in de teksten (X42, X72, X78 en X79).
Welnu,
ademloos is naar aanleiding van een koan die ik ooit ergens gelezen heb en die vanaf dat moment mijn eigen persoonlijke koan is geworden:

Een meester vraagt zijn leerling, die na jarenlang studeren eindelijk kan mediteren door zijn aandacht op zijn adem te richten en die daar ook te houden: waarop concentreer je je als je ooit ophoudt met ademen?



Henk Harmsen

Henk 3