Open Ruimte

Uw Naam worde geheiligd
Uitleg op 17 november 2019
Oecumenische basisgemeente Leeuwarden

Mozes, de grootste van alle profeten, gaat op aarde kijken hoe de kinderen van Israël het doen. Hij loopt een synagoge binnen en maakt een sjoeldienst mee met diverse gebeden die hem vreemd in de oren klinken, uitleg van geboden waar hij nog nooit van gehoord heeft, kleding en bewegingen: het is hem allemaal vreemd. Na het eind van de dienst gaat hij naar de rabbijn en vraagt hem waar de kinderen van Israël dat alles vandaan hebben. ‘Dat, mijn vriend’, zegt de rabbijn, ‘is de Tora die Mozes heeft ontvangen.’ Gerustgesteld loopt Mozes de sjoel uit.

Het thema van deze bijeenkomst is ‘
uw naam worde geheiligd’. Dat is de tweede regel uit het beroemde gebed van Jezus, het zgn ‘onze vader’. Ik geef eerlijk toe dat ik even moest slikken toen ik hoorde dat het thema vandaag zou zijn. Bidden is namelijk niet zo mijn ding, en met het onze vader heb ik niet zoveel op.
En ondanks dat, of misschien juist daarom, is het voor mij een fantastische zoektocht geworden, waarvan ik u graag een klein verslagje doe.

Ik begin met iets te vertellen over het Onze vader

Dit is zoals ik het onze Vader ken en zoals ik het uit mijn hoofd heb moeten leren op de School met de Bijbel

Matthéus 6: 9-13

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw naam wordt geheiligd,
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren
En leidt ons niet in verzoeking,
Maar verlos ons van de boze,
[Want van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid
Amen.]


De Nieuwe Testament vertalingen zijn gebaseerd op bijna 6000 verschillende handschriften, allemaal in het Grieks. Meestal is zo’n handschrift, zo’n bron niet meer dan een restje van een tekst. Maar doordat er zoveel bronnen zijn vaak voor dezelfde teksten, verschillen Nieuwe Testament vertalingen onderling nogal sterk van elkaar. In de NBG51 vertaling, de vertaling uit mijn jeugd, staat bijvoorbeeld de zin ‘want van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen’ tussen haakjes. Daarmee wilden de vertalers zeggen: dit is heel waarschijnlijk een tekst van veel latere datum. De haakjes vind je echter niet in de Statenvertaling. In de nieuwe vertaling (NBV) is de zin verdwenen.
Ook in vier oerteksten over Jezus, de vier evangeliën, is er een groot verschil tussen het onze vader van Mattheus en dat van Lucas. Lucas had altijd al een duidelijk kortere versie:

Lucas 11: 2-4

Vader,
Uw naam wordt geheiligd
Uw koninkrijk komt
Geef ons elke dag ons dagelijks brood
En vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven een ieder die ons iets schuldig is
En leid ons niet in verzoeking.


En dan heb ben we het nog niet eens gehad over hoe je een bepaald woord vertaalt in het Nederlands: is het beproeving, verzoeking of bekoring?

Kortom waar hebben we het eigenlijk over. Wat is de meest zuivere vertaling? Ik kan u geruststellen: die bestaat niet. We moeten zelf aan de slag met de tekst. We moeten daarbij gebruik maken van onze gebrekkige kennis, ons oprechte gevoel en ons boerenverstand.

Als ik naar de beide gebeden kijk, denk ik dat het Lucas gebed origineler is. Het heeft minder woorden. Meestal wordt er in de overlevering wel wat bij verzonnen, maar minder vaak worden er woorden weggehaald.
-
Vader klinkt voor mij veel mooier dan onze vader die in de hemel zijt. Vader is persoonlijk, de hemel is ver weg en een vaag concept. Dat ‘onze’ en ‘die in de hemelen zijt’ voelen daarom als overbodige toevoegingen.
- Voor ‘
Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op aarde’ en ‘verlos ons van de boze’ , wat we in Matthéus vinden en niet in Lucas, geldt dat mijns inziens ook.
- Laat staan het stuk wat in de NBG51 toch al tussen haakjes stond ‘
Want van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.’ Overbodig, lijkt mij.

Ik zou dus kiezen voor Lucas als uitgangspunt voor dit gebed. We kunnen het dan natuurlijk niet meer ONZE vader noemen. Maar wat is er mis met het
Vader gebed. Of nog waarschijnlijker het Abba gebed. Abba is Aramees en betekent zoveel als papa. Misschien dus het Papa gebed. En waarom dan ook niet het Mama gebed?

Vandaag richten we ons op de woorden ‘uw naam worde geheiligd’.
Ik heb drie punten, waar ik kort op wil in gaan. Daarna wil ik graag een nieuwe vertaling aan u voorleggen.

De drie punten bij ‘
uw naam worde geheiligd’ zijn
1. Waarom zeggen we ‘
uw’ naam en geen ‘jouw’ naam
2. Over welke ‘
naam’ hebben we het eigenlijk
3. En wat betekent in hemelsnaam ‘
heiligen

Allereerst, waarom zeggen we ‘uw’ naam.
In het Aramees, Hebreeuws en Grieks bestaat er geen beleefdheidsvorm ‘u’, als je iemand eerbiedig wilt aanspreken. Ook kun je iemand niet echt tutoyeren, dus iemand met ‘jij’ aanspreken. De 2e persoon enkelvoud (jij/u) is in deze talen één en hetzelfde woord. Dus tegen God, je vader, je baas, je collega, je kind en je vriend zeg je hetzelfde. Interessant is dat in het Duits je tegen je baas en je collega u (Sie) zegt, maar tegen God en je vader zeg je jij (Du). Luther vertaalt dus met ‘Dein Name werde geheiligt.’
Maar de u/jij kwestie ligt gevoelig.
-
Er bestaat een DVD opname van X53, waar het koor besloten heeft, naast andere tekstuele aanpassingen, de jij’s die naar God zouden kunnen verwijzen met U te vertalen.
- Ook kwam ik een koster van notabene een vrijzinnige kerk tegen, die mij trots vertelde dat ze gebeden in de liturgie die in de
jij vorm waren allemaal in de U vorm zette. Vond ze eerbiediger.
- Het omgekeerde gebeurt ook, een voorganger die een lied van Huub Osterhuis laat zingen, waarin hij van elke
Gij een Jij had gemaakt. Dat was meer in de geest van Oosterhuis vond hij.
- Tenslotte, ik heb het als oosterling altijd heel raar gevonden dat kinderen hun ouders met u aanspreken

Ik kom daarom tot een heel persoonlijke conclusie. Ik persoonlijk ben van mening dat in religie (dat in zijn oorsprong verbinden betekent) je de afstand met (om het maar even heel neutraal te zeggen) het onuitsprekelijke zo klein mogelijk moet houden, dus geen U en geen hoofdletters.
Je naam worde geheiligd

Mijn tweede punt, Je naam.
Welke naam bedoelt Jezus eigenlijk? Bedoelt hij de naam van God JHWH, Jahweh?
In de Hebreeuwse Bijbel zijn drie tradities over de naamgeving van God te onderscheiden. De ene is JHWH (bij ons vertaald als HERE) en de tweede is Elohim (wat bij ons als God wordt vertaald, eigenlijk is het een meervoudsvorm) en de derde is de combinatie: de HERE God.
Er zijn plekken waar deze tradities duidelijke gescheiden weergegeven worden:
- Zoals in het Scheppingsverhaal: het eerste verhaal gaat over God (Elohim) en het tweede over de HERE God (JHWH Elohim).
- Bij het zondvloed verhaal loopt twee tradities door elkaar heen: eerst HERE, dan God, dan weer HERE, dan weer God en zo gaat dat nog even door.
- Soms is het goed te zien dat er op zulke plekken in de bijbel ook echt twee verhalen door elkaar heen lopen, maar soms hebben redacteuren expres binnen een verhaal de namen door elkaar gebruikt.

In de loop van de geschiedenis heeft het Joods volk, naar aanleiding van het derde gebod om de naam van God te heiligen (daar komen we zo nog op), de naam JHWH steeds meer geanonimiseerd. Eerst werd de naam Addonaj (wat zoveel als Meneer betekent) en tegenwoordig zeggen de Orthodoxe Joden HaSjeem (dat betekent ‘de naam’).

De Joodse theoloog Martin Buber vertaalde de naam JHWH eenvoudig met een persoonsvorm: ICH, DU en ER, oftewel IK, JIJ en HIJ en dan allemaal hoofdletters (net als bij HERE).
- Zo wordt een tekst
HERE, red ons, vertaald met JIJ, red ons.
-
De HERE zal bij je zijn wordt HIJ zal bij je zijn.
-
Ik, de HERE, zal je redden wordt IK zal je redden.

Dus wat is nou eigenlijk die naam? JHWH, Elohim, HERE, JIJ of, zoals Jezus het doet Vader, of waarschijnlijker nog Abba, papa, of doorredenerend mama?
Hieruit kan je twee verschillende richtingen construeren: de ene wil de naam zover mogelijk van de mensen afhouden: JHWH, wordt de HEER of Meneer of gewoon de naam en de andere richting zoekt de nabijheid op en spreekt JHWH aan met Papa en met JIJ.

Het verhaal
De brandende braamstruik, dat zojuist gelezen is, komt uit Exodus 3. Het is een belangrijk verhaal voor vandaag, want daarin wordt uitgelegd wat God zelf denkt dat zijn naam is.
In dit verhaal lopen de HERE en de God traditie opvallend door elkaar heen:
Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep God hem vanuit de struik: 'Mozes! Mozes!'

Vervolgens presenteert de allerhoogste zich als de God van Abraham, Isaak en Jakob. Hij heeft gezien hoeveel het volk lijdt, en hij wil dat Mozes naar de Farao gaat en vervolgens het volk wegleidt uit Egypte.

Exodus 3: 13-15

Maar Mozes zei: 'Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: "Wat is de naam van die God?" Wat moet ik dan zeggen?' Toen antwoordde God hem: 'Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: "IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd."'
Ook zei hij tegen Mozes: 'Zeg tegen hen: "De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: 'Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.'


Daar gaat het lied over, dat we net gezongen hebben,
X5: IK ZAL ER ZIJN. In dit x-liedje laat ik de hoofdletters weg en dan straalt ‘ik zal er zijn’ een enorme nabijheid uit.
Iets terug in het verhaal van Exodus 3, voordat God zijn naam uitlegt, komt het volgende fragmentje voor, en je ervaart de onzichtbare aanwezigheid van het goddelijke:

Exodus 3: 11-12
Mozes zei: 'Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?' God antwoordde: 'Ik zal bij je zijn.
Hoe mooi is het om die naam te vertalen met HIER en NU.
Mijn hulp is van de HERE wordt mijn hulp is hier en nu. De naam wordt een belofte. God hoeft niet meer aangeroepen te worden. God is hier en nu.

Dus dit wat betreft de naam. Ik kom straks tot een conclusie.

Nu het laatste punt voor we naar een nieuwe vertaling gaan: wat is in hemelsnaam heiligen.
In een woordenboek vind je diverse definities van heilig: verheven, volmaakt, aan God of Goden gewijd en nog wat vertalingen. Ik zie ze als definities van het oorspronkelijke Nederlandse woord heilig, dat natuurlijk al een bepaalde connotatie had voordat het werd gebruikt als een vertaling van het Hebreeuwse woord kadesj. Maar de definitie wijkt nogal af van de oorspronkelijke Hebreeuwse betekenis. De vraag is, wat staat er eigenlijk in de bijbel? Waar komt dat woord heilig/heiligen de eerste keren voor in het oude testament?

De eerste keer dat heilig/heilgen voorkomt in de Bijbel is bij de schepping

Genesis 2:1-2
Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid.
Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had.
God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.


De tweede keer is in, jawel, Exodus, het verhaal van de brandende braamstruik:

Exodus 3:5
Kom niet dichterbij,' waarschuwde de HEER, 'en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.

Wat betekent heiligen in het Hebreeuwse woordenboek?
Aan het gewone onttrokken
Onderworpen aan een speciale behandeling
In het derde gebod van de tien geboden, de tien woorden, zou je het tegenovergestelde van heiligen verwachten:

Exodus 20:7 en Deuteronomium 5:11
Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.

Je zou kunnen zeggen heiligen is
Niet ijdel gebruiken (statenvertaling)
niet misbruiken (nieuwe vertaling)
niet onnodig gebruiken (vanuit het Hebreeuws)
Ik zou aan de hand van het woordenboek en het derde gebod heiligen vertalen met ‘
de aandacht erbij hebben’.

Maar ik kies toch voor iets anders.

En nu moeten wij even de aandacht erbij houden. God heiligt de Sjabbat, en het Sjabbats gebod, het vierde gebod, staat tussen de eerste drie geboden die over God gaan en de laatste zes geboden die over de mens gaan. Het vierde gebod is een soort, zeg maar,
ontmoetingsplaats tussen God en de mens. Het gebod zelf staat op zichzelf, onttrokken aan het gewone, onderworpen aan een speciale behandeling, naar het is daardoor een plaats voor ontmoeting geworden, heilig zogezegd. Als iets heilig is, vindt er een ontmoeting plaats. De grond waarop Mozes staat is heilig, het is de grond waarop God Mozes ontmoet. Het is de plek waar het buitengewone het gewone ontmoet. Een ontmoeting waar je de aandacht bij moet hebben.

Bent u er nog?

Nu wil u meenemen naar een nieuwe vertaling van het Onze vader.

Hoe spreken we dus de onuitspreekbare aan? Wat is de naam?
Met HERE of Meneer?
Of met jij of papa.
Papa was een revolutionair concept van Jezus. Het bracht het goddelijke direct in het midden van een mensenleven. Dit was duidelijk in contrast met de toenmalige traditie om de naam juist zo veel als mogelijk weg te houden van het gewone.
Buber leert ons dat we nog verder kunnen gaan, we mogen
jij zeggen.
En wat gaat nog verder dan papa, mama, jij…?

Met een beroep op Hooglied zou ik durven zeggen dat je zover mag gaan als
liefste. Dan ben je voorbij alle grenzen. De liefste is niet afhankelijk van een geslacht (zoals meneer en papa/mama), de liefste gaat in vertrouwen nog een stap verder dan mama/papa.
Wij mogen daarom het onuitspreekbare, de onuitspreekbare, zo je wilt, aanspreken met
Liefste, jij…

In
Uw naam wordt geheiligd, klinkt die jij door, maar klinkt ook het hier en nu door en de ontmoeting in aandacht tussen het gewone en het buitengewone:
Uw naam worde geheiligd wordt dan Jij ontmoet ons in het hier en nu.

Dichter dan dit kan je God niet krijgen.

“Liefste, jij,
jij ontmoet ons in het hier en nu
jij doet in ons ontwaken het ‘zien zoals het is’
jij bedeelt ons toe dat wat we dagelijks nodig hebben
jij geeft ons niet op, zoals wij anderen ook niet opgeven
en jij leidt onze aandacht niet af”

Straks zullen we het samen bidden in de 1e persoon enkelvoud, zodat je als persoon verbonden blijft aan wat er gezegd wordt.

“Liefste, jij,
jij ontmoet mij in het hier en nu
jij doet in mij ontwaken het ‘zien zoals het is’
jij bedeelt mij toe dat wat ik dagelijks nodig heb
jij geeft mij niet op, zoals ik anderen ook niet opgeef
en jij leidt mijn aandacht niet af”

Al die enkelvouden vormen samen weer
wij en ons.


Als Jezus vanmorgen langskomt en mij vraagt waar ik dat allemaal vandaan heb, dan kan ik met een gerust hart zeggen: ‘Dit, mijn vriend, zijn de woorden die Jezus heeft gesproken.’ En ik weet zeker dat hij dan gerustgesteld dit gebouw weer zal verlaten.