god in het gekkenhuis

Interview met god 2020

i: Goedemorgen dames en heren. Vandaag zal ik in de reeks “grote namen 2020” een interview hebben met god.
Welkom god.
Ik begin maar gelijk met de voor mij meest prangende vraag: waarover hebt u het meeste spijt?
g: Spijt, tja, misschien de ‘grote vloed’. Dat was allemaal niet zo handig, zou ik nu denken. Het heeft uiteindelijk ook niets opgeleverd. Een vertraging, hooguit, in de ontwikkeling van de mensheid, maar verder niets.
Nee, dat is niet waar ik het meeste spijt van heb. Het meeste spijt heb ik van de 10 woorden, of zoals u waarschijnlijk zou zeggen: de tien geboden. Ik zat toen nog in mijn pubertijd als god. Het was veel ik, nog eens ik en de rest wil gewoon niet deugen, ík heb gelijk en de anderen maken er een zooitje van. Net zoals Greta Thunberg nu. Als ik haar zie en hoor praten, denk ik: ach ja, zo was ik vroeger ook.

i: Leg eens uit
g: Nou ja, bijvoorbeeld, het tweede gebod: over de afgodsdienst, dan staat er zoiets als
voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten. Ik kan me nog herinneren dat ik er net zo’n verwrongen gezicht bij trok als Greta dat deed bij de VN.


i: En daar hebt u spijt van?
g: Ja, dat was niet zo slim, maar ik was nog een jonge god, moet je maar denken, een echte puber, gelukkig niet meer zo’n verwend klein kind als bij de grote vloed, maar toch. Die schuld van de ouders bij de kinderen leggen, en dan nog tot in het derde en vierde geslacht, dat is een oorzaak en gevolg, waar niemand echt greep op heeft.

i: Leg eens uit.
g: (zucht) Kijk bij afgodsbeelden kan je je natuurlijk afvragen welke schuld er dan van de ouders bij de kinderen moeten liggen. Als ik bijvoorbeeld geloof dat afgodsbeelden het klimaat verpesten, en het klimaat wordt verpest dan geef ik de afgodendienaren de schuld, logisch. Maar wie zegt dat er een directe lijn is in oorzaak en gevolg, een oorzaak die klip en klaar leidt tot een bepaald gevolg.

i: Nou dat lijkt me bij het klimaat wel duidelijk.
g: Ik waag het te betwijfelen

i: Ah, god is een klimaatontkenner?
g: Nee hoor, ik ontken het klimaat niet, ik betwijfel of er klip en klare oorzaken en gevolg zijn.
Als er een lek in een emmer zit en ik repareer het lek dan blijft het water in de emmer. Maar het klimaat is geen overzichtelijke emmer. Het klimaat heeft ontelbare oorzaken en gevolgen. Het feit dat er een kleine acht miljard mensen ademhalen heeft natuurlijk een gevolg voor het klimaat. Moeten die mensen allemaal ophouden met ademen?

i: Hmm. Dat is wel heel gemakkelijk. U weet toch net zo goed als ik dat CO2 zorgt voor een hogere zeespiegel?
g: Er zijn in de historie en de pre-historie vaker schommelingen in het weer geweest en schommelingen in de zeespiegel. Weet je zeker dat dat allemaal van door mensen veroorzaakte CO2 komt?

i: Nee, maar het speelt wel mee.
g: Dat bedoel ik. Geen klip en klare oorzaak en gevolg; er speelt zoveel mee.
Dus waarom houden we het niet veel kleiner? Luchtverontreiniging bijvoorbeeld heeft een direct aantoonbaar effect op de gezondheid van veel mensen. Gaan die mensen verhuizen naar een plek zonder of met veel minder luchtverontreiniging dan knappen ze zienderogen op. Dus waarom pakken we niet de luchtverontreiniging aan? (pauzeert)
Miljarden mensen worden onderdrukt doordat de welvaart van de een ten koste gaat van het welzijn van de ander. Dat is klip en klaar oorzaak en gevolg. Hoef je niet voor gestudeerd te hebben.
Maar weet je wat het is? Dit soort dingen komt te dicht bij ons, want dan moeten we iets met onze auto, iets met onze open haard en houtkachel en vuurwerk, iets met ons reizen naar verre oorden, iets met onze elektronica en waar die van gemaakt is. Dat komt veel te dicht bij ons. Nee, bij CO2 ligt het gelukkig vooral aan de boeren, de industrie, de oude diesels en alles wat ver genoeg van ons afstaat. Als we ons echter beseffen dat diezelfde boeren zorgen voor ons overdadige voedsel, diezelfde industrie voor die prachtige auto’s en vliegtuigen en elektronica, dan trekken we daar niet de consequenties uit.

i: Ik hoor u steeds ‘wij’ en ‘ons’ zeggen
g: Ja, jij en ik. God doet tegenwoordig ook mee, al zie je me niet meer. God is een mens als geen ander. En je mag wel jij zeggen hoor.

i: Waarom heb je spijt van de tien woorden?
g: Ja dat heeft wel eeuwen geduurd. Je weet, ik ben een god van het woord. Zonder het woord ben ik niet. Maar het woord doet verstarren. De wet, zou Paulus zeggen, onderdrukt en ik ben nondedju een god van de vrijheid. Ik heb in die eeuwen geleerd dat het opleggen van regels de naarste fout is die je kunt maken.

i: Maar die regels zijn toch heel mooi. Niet stelen, niet moorden.
g: Ik geef toe, er staan een paar rake opmerkingen in. Maar laten we het hele zaakje eens doorlopen. Dan beginnen we bij het begin: wie ben ik, dat ik iemand anders regels kan en mag opleggen. Ja, ik ben de god die jullie uit het diensthuis van Egypte heeft geleid, of ik ben de god die hemel en aarde heeft gemaakt. Daar is alle narigheid mee begonnen.

i: Hoe bedoel je?
g: Nou, dat is helemaal niet zo. De hemel en de aarde, ik hoop dat je ondertussen snapt dat daar de evolutie een belangrijke rol heeft gespeeld en wat betreft die uittocht uit Egypte, die heeft nooit plaats gevonden. Dat doet overigens niets af aan de waarde van die mooie verhalen, die vind ik ook prachtig. Ik wou dat ik ze zelf bedacht had, maar ook dat is niet zo.

i: Mozes?
g: Nee, Mozes heeft ook niet bestaan. Mozes is een prachtig verhaal, bijzonder prachtig en aangrijpend. Daar hebben mensen met de meest uiteenlopende bedoelingen door de eeuwen heen een prachtig verhaal van gemaakt. Eigenlijk jammer dat het op een gegeven moment opgeschreven werd, want toen werd het star, net als de tien woorden. Het zijn er overigens ook geen tien, voor de goede lezer.
Het vastleggen van de teksten, dus ook van de tien woorden, is bijzonder jammer en daarom spijt het me ook zo dat ik überhaupt ooit aan die tien woorden ben begonnen. Maar ja, ik was een puber, van ongeveer 16 eeuwen en ik dacht de waarheid in pacht te hebben. Nu weet ik dat de waarheid
is en dat is een groot verschil. Iedereen kan de waarheid zien, daar heb je geen tien woorden voor nodig. Wat we allemaal nog niet zo goed kunnen is onszelf openstellen en luisteren naar wat is.
(pauzeert)
Ik wilde een hemel op aarde, ik dacht met wat goede regels wordt dat allemaal wel wat, maar ik luisterde niet naar wat was, ik zag het niet. Ik leefde in de toekomst. Je weet dat ik op een gegeven moment er zelf aan gedacht heb om een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te maken. Wat voor een narigheid alleen die gedachte niet heeft veroorzaakt in de geschiedenis van de mensen. Zo gezien kan je waarschijnlijk ook zeggen dat dat hele klimaat-gedoe feitelijk mijn schuld is. Als er ergens een oorzaak en gevolg is, is het wel de schrift en de daardoor ontstane welvaart.

i: Nou, dat vind ik wel weer heel ver gaan.
g: Dat is ook zo. Maar feitelijk niet anders dan die hele malle klimaat discussie. Weet je, mensen zoeken naar patronen en mensen herkennen overal patronen in. Als je een patroon ziet heb je vastigheid en ook al bestaat dat patroon helemaal niet, de menselijke geest wil het zien. Het is als met de kleren van de keizer, als je geen kind bent, zie je de naaktheid niet.
Het belangrijkste patroon in de mensheid is oorzaak en gevolg. Dan wordt het even overzichtelijk. Bij oorzaak en gevolg heb je ook schuldigen en dat is fijn; die kan je dan aanpakken. Als kind van 16 geef je vooral alle volwassenen de schuld. Als dertigjarige geef je de boomers de schuld. Als oude man geef je de jongeren de schuld en als mensheid kan je het beste god de schuld geven.

i: Omdat we niet zonder oorzaak en gevolg kunnen?
g: Ja. Dat zie ik om me heen. Iemand is ziek, het moet een oorzaak hebben. Soms is die oorzaak schijnbaar ook aanwezig. Bijvoorbeeld, iemand komt met griep hier het gebouw binnen, hoest iedereen eens fijn aan, en jazeker, dan worden er vele mensen ziek. Maar niet iedereen. En waar komt die griep eigenlijk vandaan. Heeft deze iemand schuld, of is het diegene die hem heeft aangestoken. Hoe dan ook, het geeft zo’n fijn gevoel om te kunnen denken:
die en die had griep en nu heb ik het ook.
Waarom moet iets überhaupt een oorzaak en gevolg hebben? Waarom willen we patronen zien die er niet zijn? Veel is toeval, of een patroon dat ons boven de pet gaat. Of laat ik het beter zeggen. Natuurlijk is er vaak oorzaak en gevolg en bij de overzichtelijke dingen is het handig om daar ook van te leren. Maar heel vaak kunnen we alleen maar zeggen:
het is. En dat is echt bevrijdend.
Ja, mijn kind is gehandicapt…
Ja, de zeespiegel stijgt…
Ja, ik ben ongeneselijk ziek…
Ja, het leven is soms kut (als ik dat als god even zo mag zeggen)…
Maar wat schiet ik er mee op om iets of iemand de schuld daarvan te geven.
Zie het leven als een lied. Als je daar koste wat kost patronen in probeert te herkennen, dan zul je vaak de verkeerde noot zingen. Laat je leiden door je levenslied, stel je ervoor open. Laat het lied zijn zoals het is,
zoals het is, is het goed.
(pauzeert)
En als je toch iets wilt doen. Luchtvervuiling terugdringen, zorgen voor een eerlijke verdeling van de welvaart, onderdrukking tegen gaan, dat betekent iets, daar maak je meters mee, dat doe je namelijk samen en niet tegen elkaar. Daar heb je iedereen bij nodig: pubers, volwassenen, oude mensen en misschien god, maar je mag mij rustig overslaan.

i: Dus waar heb je het meeste spijt van
g: Dat ik mezelf en mijn boosheid voorop gezet heb, dat ik een betweter was en dat iedereen, inclusief ik zelf, dat allemaal altijd heel gewoon gevonden heeft.

i: Is dat nu anders dan?
g: Ik wordt steeds meer mezelf, dat wil zeggen, ik
ben. En door te zijn, merk ik dat ik vervaag, dat mensen zonder mij verder gaan en dat dat mij een heel opgelucht gevoel geeft. Gisteren was dat gevoel zelfs zo aanwezig dat ik zeker wist dat ik niet besta.

i: Maar je praat wel met mij
g: Denk je?

i: Ik hoor je toch.
g: Weet je het zeker?

i: Ja, wie zou dit anders dan zeggen?
g: Precies. Wie denk je?

i: Ik?
g: Ik zeg niks.